Volgens CBP toegang tot EPD te ruim.

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) is kritisch over het concept wetsvoorstel dat het Elektronisch patiëntendossier (EPD) regelt. De grootste zorg van de toezichthouder op de privacy betreft de voorstellen over de toegang tot het elektronisch dossier. In het wetsvoorstel maakt de behandelrelatie geen onderdeel uit van de autorisatieprocedure. Hierdoor zouden ook zorgverleners zonder behandelrelatie toegang tot het dossier hebben, waardoor het risico bestaat dat personen met een onrechtmatig doel medische gegevens inzien. “Het huidige voorstel leidt in feite tot wijd open dossierkasten”, aldus Jannette Beuving, lid van het College bescherming persoonsgegevens. Volgens het CBP moeten uitsluitend zorgverleners die op dat moment bij de behandeling zijn betrokken, toegang krijgen tot het elektronisch dossier.

Internationale ranking (2007)

Internationale ranking
Nederland heeft code rood, wat nog niet zo erg is als code zwart (”endemicsurveillance societies”), wat wel het geval is in landen als China, Rusland en de Verenigde Staten, of code roze (”extensive surveillancesocieties”), wat het geval is in landen als Frankrijk en Denemarken. Nederland valt onder de categorie “systemic failure to uphold safeguards”.ipr-2007.jpg

EPD

Er is een onderzoek naar het Landelijk EPD op basis van een juridisch raamwerk van de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (beroepsgeheim), de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de NEN 7510 gedaan.

Zorgverleners verzamelen gegevens omtrent de gezondheid van patiënten. Goede zorgverlening valt of staat met correcte en volledige informatie over de patiënt. De vertrouwelijke omgang met de patiëntgegevens is daarbij echter van essentieel belang. De patiënt moet kunnen rekenen op een verantwoorde omgang met zijn, grotendeels gevoelige, gegevens. De patiënt zou immers niet onverkort alles aan de zorgverlener meedelen wanneer de geheimhouding daarvan niet kan worden gegarandeerd. De gegevens kunnen dan opduiken in situaties waarin dat niet wenselijk is. Gezondheidsgegevens van patiënten zouden bijvoorbeeld door de zorgverzekeraar kunnen worden gebruikt om op basis daarvan premies te berekenen, eventueel zelfs de patiënt te weigeren voor een bepaalde verzekering. Ook is de uitwisseling naar de bedrijfsarts als onwenselijk te beschouwen. De werkgever kan het functioneren koppelen met de gezondheidsgegevens van een werknemer, waardoor bijvoorbeeld een arbeidscontract niet zou kunnen worden verlengd.

Het belang van vertrouwen in de arts-patiëntrelatie kent een lange geschiedenis en is uitgewerkt in wet- en regelgeving. De vertrouwelijke omgang met medische gegevens en de bescherming van persoonsgegevens stoelt juridisch gezien op twee principes, namelijk de al in 400 v Chr. door Hippocrates geïntroduceerde plicht tot geheimhouding en het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt als het gaat om de bescherming van zijn persoonsgegevens. De geheimhoudingsplicht van de arts, ook wel beroepsgeheim genoemd, is geënt op een zwijgplicht en een verschoningsrecht. Door de zwijgplicht is verstrekking aan anderen dan de patiënt in beginsel niet mogelijk. Het verschoningsrecht betekent dat de arts zich kan beroepen op geheimhouding bij gerechtelijke procedures

Voor een vertrouwelijke omgang met patiëntgegevens is naast de geheimhoudingsplicht van de arts het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt van belang, ook wel het recht op privacy genoemd. De betrokkene is zelf degene die bepaalt welke personen gemachtigd zijn om gegevens over hem te verwerken.

De zorg valt of staat dus bij de vertrouwelijke omgang met patiëntgegevens. Toch kan, wanneer zorgverleners sneller en nauwkeuriger informatie met elkaar uitwisselen, efficiënter en kwalitatief beter gewerkt worden (bijvoorbeeld doordat bij het behandelen van een patiënt de zorgverlener door zoveel mogelijk medische gegevens beschikbaar te maken optimaal geïnformeerd en ondersteund wordt). Als gevolg van het ontbreken van informatie worden fouten gemaakt en vinden onnodige onderzoeken en behandelingen plaats. Uit een recente studie in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS-2007) blijkt dat als gevolg van vermijdbare medicatiefouten ruim 1.200 patiënten overlijden. De helft is te vermijden door een betere uitwisseling van medicatiegegevens van patiënten. Daarnaast levert een gebrek aan uitwisseling van gegevens een kostenpost op.

Het ministerie van VWS heeft ter verbetering van de kwaliteit van de zorg besloten een landelijk virtueel patiëntendossier op te zetten: het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Er zal op landelijke schaal tussen allerlei zorgaanbieders op een veilige en betrouwbare manier patiëntgegevens uitgewisseld kunnen gaan worden. Met behulp van het EPD zal door een doelmatiger gebruik van de beschikbare informatie, fouten en het doen van onnodig onderzoek voorkomen kunnen worden. De gegevens zijn immers elders al beschikbaar.

Het behoeft nauwelijks betoog dat een EPD een grote maatschappelijke betekenis heeft, maar dat het ook aanzienlijke risico’s met zich mee kan brengen. Met name als het gaat om de vertrouwelijke omgang met de medische informatie door de verschillende zorgaanbieders ontstaat door de invoering van het EPD een nieuw risico. De vraag is of door de komst van het EPD de vertrouwelijke omgang op basis van de huidige wet- en regelgeving nog steeds gegarandeerd kan worden. Deze vraag zal in dit onderzoek worden behandeld.

In het kader van dit onderzoek zijn voornamelijk de bepalingen omtrent de vertrouwelijke omgang ten opzichte van het EPD bekeken. Het beroepsgeheim uit de wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBo), die in beginsel stelt dat de medische gegevens geheim dienen te blijven, staat hierbij centraal. De persoonsgegevens van de patiënt zijn eveneens onderworpen aan de bepalingen van de Wet Bescherming persoonsgegevens (WBP). Volgens de WBP worden medische gegevens als gevoelige gegevens beschouwd, aangezien zij over de gezondheid van de patiënt gaan.

De huidige regelgeving zal in het eerste hoofdstuk worden behandeld. Daarbij zal worden gekeken naar de wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBo), de wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en de normen uit de beroepspraktijk. Vervolgens zal in hoofdstuk twee het EPD worden geschetst. Tenslotte zal in hoofdstuk drie aandacht worden besteed aan de nieuwe risico’s die het EPD met zich meebrengt. Uiteindelijk zal de vraag of met het EPD in voldoende mate rekening is gehouden met de privacyaspecten kunnen worden behandeld.
Lees ook het artikel over Privacy en het landelijk EPD

Indien u interesse heeft in het volledige onderzoek klik dan hier.

Gebruik gerust (delen van) de stukken, maar vermeldt daarbij dan de bron.